“Dan val ik maar stil, dan schiet ik maar vol”

Moniek Jilesen (21), derdejaars geestelijke gezondheidszorg ontmoette Simone Kaptein (48). Zij studeerde Chinees, heeft overal gewerkt, als laatste aan de lopende band, nu in de ziektewet.

Waarom deden jullie mee? Moniek Jilesen: “Op mijn zestiende heb ik een ongeluk gehad, er viel een trampoline op me, dus ik weet hoe belangrijk het is dat je op een menselijke wijze wordt behandeld: als een persoon en niet als een kapot product. Ik ga straks werken in de geestelijke gezondheidszorg. Die mensen hebben vaak weinig eigenwaarde. Empathie is daar van levensbelang.”

Simone Kaptein: “De revalidatiearts vroeg me. Ik dacht, waarom niet? Ik was wel nieuwsgierig naar de studenten en andere patiënten. Bovendien is het belangrijk dat artsen leren dat hun vak niet louter technisch is, ze moeten ook meeleven, meevoelen. Sommigen van mijn artsen waren heel aardig, anderen keken me nauwelijks aan. Eentje liep de deur al uit toen hij zei: om de twee dagen verband verwisselen. Hoe moest ik dat doen met nog maar één gezonde arm? Daar dacht hij niet aan.”

Al wandelend vertelde Simone haar relaas aan ‘haar’ student, eerst nuchter en met weinig emotie, maar toen ze eenmaal aan de koffie zaten, werd het haar af en toe te veel. De eerste klap kreeg ze op haar zestiende toen ze op haar racefiets omver werd gereden. De automobilist reed door, Simone lag vijf dagen in coma, was een tijdje rechts verlamd en moest uiteindelijk alles weer leren: praten, lopen, eten, enzovoort. ”Ik ben daar redelijk goed bovenop gekomen, maar ik was nooit meer zo als voorheen. Turnen, daar was ik goed in, kon ik bijvoorbeeld vergeten.”

In februari 2013 kwam de volgende klap: ze kreeg een herseninfarct en had aan haar linkerzijde veel uitval. “Ik kon mijn hand niet bewegen, mijn been sleepte. In het begin ontkende ik dat er iets aan de hand was, ik wilde zo snel mogelijk terug naar mijn oude ik en ging keihard oefenen. De bedrijfsarts keurde me uiteindelijk goed en ik ging weer veertig uur per week werken. Dat bleek veel te vroeg, ik stortte geestelijk en lichamelijk in. Net als op mijn zestiende was ik terug bij af.”

Ze oefent nu weer elke dag, om de twee uur, maar vraagt zich af of ze nog terug kan naar de lopende band. ”Ik ben langzaam, zowel lichamelijk als geestelijk.” Van dat laatste is tijdens het gesprek niets te merken. “Ik heb geen vertrouwen in mezelf, het lijkt altijd alsof anderen het veel beter doen dan ik, alsof ik zelf niets kan.” Moniek luistert aandachtig en zegt dan: “Het raakt me als Simone zichzelf zo naar beneden haalt.” Maar ze begrijpt het wel: “Als de grond voor de tweede keer onder je voeten vandaan valt, je wereld stort in, hoe wil je dan zelfvertrouwen opbouwen? Er was niemand die zag hoezeer ze zich inspande om te genezen. Zonde, betrokkenheid is zo belangrijk voor het genezingsproces.” Klopt, klinkt het aan de andere kant van de tafel. En het tegenovergestelde is ook waar: “Als een arts iets onaardigs zei, was ik daar soms een dag door van de kaart.”

Nee, ze vond het niet eng om door te vragen, vertelt Moniek. “Ik ben niet bang voor emoties, ik ga ze niet uit de weg. En dan val ik maar stil, dan schiet ik maar vol. Zo creëer je ook een band. Ik zei: als ik te ver ga, geef dan een seintje.” Maar ze ging niet te ver voor Simone die het af en toe te kwaad heeft: “Ik voelde me meteen veilig bij haar toen we de eerste bijeenkomst kort kennismaakten. Ik geloof niet dat er een student bij was waarbij ik me niet veilig zou voelen.”

Ze kijkt met veel plezier terug op dit traject.”Ik had eigenlijk nog nooit iemand over mijn genezingsproces verteld. Moniek luisterde onbevooroordeeld en zei dat ze bewondering heeft voor mijn kracht en doorzettingsvermogen. Dat heeft me erg geraakt en heel blij gemaakt. Door haar compliment ben ik wakker geschud en zie ik hoeveel ik al bereikt heb.” Lachend: “Terwijl het eigenlijk de bedoeling was dat de student vooral zou leren.

vorige

volgende

Share This