Het hart van Hans

Hans

Hans Meex lijdt al zijn hele leven aan de chronische ziekte hemofilie (bloederziekte). Iets waar hij bijzonder krachtig mee om gaat. Hij schreef een boek over zijn ervaringen, is een onmisbare ambassadeur voor onze stichting en reist binnen- en buitenland af om mensen meer inzicht te geven in hemofilie maar ook  in de mens achter de patiënt. Eind november komt er een documentaire over Hans. Een film van ongeveer 11 minuten met een kleine verhaallijn, vooral bedoeld om zijn boodschap extra te onderstrepen: Het interdisciplinair samenwerken en de mens achter de patiënt.

Als klap op de vuurpijl opent hij ook de eerste editie van het Limburg Positief congres (2 november 2018 te Roermond).

Ik ontmoet Hans bij de ingang van de universiteit in Maastricht. Bijna onmisbaar door zijn brede, vriendelijke lach. Met een grote kop koffie nemen we plaats en begin ik met het stellen van de eerste vraag.

Hoe is het om Hans te zijn?

Hij moet lachen en denkt even na voordat hij antwoordt. “Op dit moment is het heel erg leuk om Hans te zijn, er gebeuren mij de leukste dingen. Natuurlijk ook wel eens dingen die spannend zijn en toch ook wel een beetje eng. Het openen van het congres is daar een voorbeeld van. Maar bovenal ben ik dankbaar dat ik er überhaupt nog ben, ondanks alles wat ik heb meegemaakt. Ik heb een aantal keren bewust aangeklopt bij Petrus aan de poort, gevraagd of hij mij binnen wilde laten, maar ik werd steeds weer teruggestuurd. Ik moest nog wat afmaken en daar ben ik nu mee bezig.

Iemand zei ooit tegen mij: “Het zou toch leuk zijn als er over 30-40 jaar gesproken word over een Hans die toen al begonnen is om iets in werking te zetten waar we nu dagelijks mee werken.” “

Hans begint te vertellen, over zijn (medische) geschiedenis. Want hoe is dit allemaal begonnen?

“Ik ben al mijn hele leven ziek maar door de complexiteit van mijn aandoeningen kreeg ik in 2006 op een gegeven moment vage klachten. Mijn behandelend arts zat met zijn handen in zijn haar, hij had geen idee waar die klachten vandaan kwamen. Hij zei:  “Jij hebt verschillende complicaties die op elkaar inwerken, daar hebben we geen ervaring mee.”  Ik had een mix van alles en hij kon er geen vinger op leggen. Zo begonnen veel afspraken bij veel verschillende specialisten.

Zo werd ik bijvoorbeeld doorverwezen naar een dermatoloog omdat ik flinke jeuk had. De dermatoloog keek alleen vanuit zijn eigen discipline en na uitgebreid onderzoek en diverse testen kwam hij tot de conclusie dat hij niks kon vinden. Zo ging het verder. Voor elke klacht ging ik naar een andere arts, die allemaal vanuit hun eigen discipline naar mij keken en allemaal niks konden vinden. Er werd niks gedaan en mijn klachten bleven. Toen ik mijn behandelend arts vroeg of het niet eens tijd werd dat al die verschillende disciplines samen gingen zitten, zei hij: “Ik weet het niet, niemand die je gezien hebt weet iets en jij weet het zelf ook niet. Dan zitten we met een groep mensen bij elkaar die allemaal niks weten, wat is dan de toegevoegde waarde?”

Ik nam zijn antwoord en mijn klachten voor lief.  Maar mijn klachten verergerden en in 2011 werd ik, meer dood dan levend, opgenomen in het ziekenhuis.

Volgens mij gingen er, zodra ik werd opgenomen, bij alle verschillende artsen die ik bezocht had een belletje af. Want elke discipline verscheen opeens aan mijn bed.  Maar iedereen keek nog steeds vanuit zijn eigen discipline en dat resulteerde in allemaal verschillende plannen. De een ging rechtsaf met mijn behandeling, de ander linksaf, de volgende wilde rechtdoor.

Ondertussen werd ik alleen maar zieker. Wat uiteindelijk resulteerde in een coma. Toen ik wakker werd heb ik geëist dat al die artsen van al die verschillende disciplines samen aan tafel zouden gaan zitten. Samen moesten ze het dossier ‘Meex’ bespreken. Één arts heeft dat geregeld en is met vier collega’s in gesprek gegaan. Binnen een uur tijd hadden ze het eerste gezamenlijke behandelplan. Vanaf dat moment ging het weer langzaam bergopwaarts.

Tot op de dag van vandaag heb ik vier artsen die samen mijn team vormen. Die vier bepalen hoe het steeds verder gaat en wat er moet gebeuren.

En toen heb je een boek geschreven. Hoe is dat tot stand gekomen?

“Tijdens mijn revalidatie kwam ik in aanraking met een arts die tegen mij zei “Hans zet je ervaringen eens op papier. Daar kunnen wij artsen van leren.”

Daarvoor had ik nog nooit geschreven. Ik heb vroeger altijd bij de krant gewerkt. Dat was het enige bij de krant wat ik nog nooit had gedaan

Wat ik mij vooral afvroeg was: Wat willen ze nou eigenlijk weten van mij? Het heeft even geduurd voordat het duidelijk was, uiteindelijk heb ik besloten om een medische autobiografie te schrijven. Maar eigenlijk is dat een shitverhaal, daar word je niet vrolijk van. Dus besloot ik om er een andere draai aan te geven, er moesten dingen uit mijn privéleven bij maar ook zeker een portie humor. Het moest een beetje smeuïg te lezen boek worden maar zonder de essentie van het verhaal te verliezen. Dat boek is er twee jaar geleden gekomen.

Wat ik alleen niet had kunnen bedenken is dat het boek een eigen leven is gaan leiden. Het boek werd ook gelezen door Raden van Bestuur van ziekenhuizen, die mij vervolgens vroegen of ik niet langs wilde komen om de werknemers een spiegel voor te houden. Allemaal naar aanleiding van fragmenten uit mijn boek. Ik kreeg steeds meer uitnodigingen, langzaamaan werd het een olievlek”

Waarom denk je dat je verhaal zo veel teweeg brengt?

“Het verhaal is herkenbaar, waar je ook komt. Zelfs in het buitenland. Twee weken geleden zat ik bijvoorbeeld nog in Stockholm voor een lezing binnen de farmaceutische industrie. Ook daar is het toepasbaar. Ze maken de medicijnen, ze verkopen ze, maar ze hebben nog nooit een patiënt gezien. Ze hebben geen idee voor wat voor een soort mensen ze die medicijnen maken. Als ik daar ben om te spreken heeft dat als doel: De patiënt, en zijn verhaal, leren kennen.”

Hoe voelt het voor jou dat je verhaal zich nu als een olievlek aan het verspreiden is?
“Het is echt onverwacht een missie geworden. Maar die lezingen en trainingen doe ik niet meer voor mezelf. Die doe ik voor de patiënt in het algemeen en voor de nieuwe generatie artsen, verpleegkundigen en therapeuten. Alles wat ik nu doe kost mij lichamelijk veel energie, maar ik krijg er ook veel energetische energie voor terug. Ik doe het heel erg graag. En dat geldt ook voor Mens Achter de Patiënt.”

Waarom?

“Het doel van Mens Achter de Patiënt is belangrijk. Die focus op empathie en om alles achter de patiënt, de mens maar ook bijvoorbeeld zijn/haar partner en de rest van de omgeving.  Dat wordt zo vaak vergeten. Daar ben ik zelf ook achter gekomen. Het is nu nog te vaak ‘de galblaas in kamer 7’ in plaats van de mens.”

Wat betekent Mens Achter de Patiënt voor jou?

“Zoals ik nu leef ben ik heel tevreden. Zoals ik al zei, doe ik dit allemaal niet meer voor mijzelf. Ik doe het voor de nieuwe generatie artsen, verpleegkundigen en therapeuten. Vooral omdat je ziet dat zij bereid zijn om het mee te nemen. Ze leren er wat van! Daar haal ik voldoening uit, voor zoiets wil ik mij  blijven inzetten.  Ik heb wel eens meegemaakt dat studenten tranen in hun ogen hadden bij het horen van mijn verhaal. Toen dacht ik bij mijzelf: dit werkt!

Ik ben daarom blij dat Mens Achter de Patiënt dit al in zo’n vroeg stadium van de opleiding doet. Studenten krijgen natuurlijk voldoende medische informatie, maar de informatie die ze van mij kunnen krijgen is een hele andere soort informatie. De informatie van de patiënt.

 Ik vind het een schitterend initiatief.”

Nu heb je een boek geschreven, je reist door binnen- en buitenland voor lezingen en trainingen en nu óók een documentaire. Is er nog iets wat je graag zou willen bereiken?

Hans begint te lachen “Hollywood, natuurlijk! Hans Meex the movie” grapt hij.

“Nee, wat zou ik nog willen…?“ Na een momentje stilte zegt hij:  “Ik hoop gewoon dat ik zo veel mogelijk mensen kan bereiken, zo veel mogelijk mensen iets kan bijbrengen. “

Komende vrijdag opent hij het Limburg Positief Gezond congres. “Een enorme en bijzondere uitdaging” noemt hij het. “ Zit ik daar tussen de hoge pieten. De beleidmakers.”

Als laatste vraag ik hem of hij nog wel eens zenuwachtig wordt als hij moet spreken.

“Ja tuurlijk, op het moment dat ik op moet vooral. Mijn eerste zin loopt nooit zoals ik het wil. Maar daarna gaat het helemaal los hoor.”

Meer weten over Hans en zijn missie? Zie: www.hansmeex.nl

 

 

 

 

vorige

volgende

Share This