Interview coronapatiënt: Ron de Rooy

“We waren druk bezig met het opzetten van een corona team. Deze periode is eigenlijk de grootste logistieke uitdaging die ik ooit heb meegemaakt. En toen werd ik zelf ziek”

Ron (42) is stafmedwerker bij Envida. Hier plant en organiseert hij de wijkzorg. Een aantal weken geleden moest hij noodgedwongen zelf verzorgd worden. Hij werd opgenomen in het ziekenhuis als corona patiënt. Momenteel is hij weer terug thuis bij zijn vrouw en kinderen, herstellende van deze heftige periode. Ik ging met hem in gesprek over zijn opname, zijn herstel en zijn visie op de zorg.

“Ik heb de corona situatie vanaf het begin goed gevolgd. In eerste instantie was het natuurlijk een ver van je bed show. Ik dacht eigenlijk, net zoals het grootste gedeelte van de westerse wereld, dat blijft mooi in Azië. Toen de situatie in Italië verergerde en de eerste gevallen in Duitsland geconstateerd werden begon ik het akelig te vinden. Ik moest in die tijd voor een werkafspraak met de trein reizen. Daar hadden veel mensen al handschoentjes aan. Ik stootte mijn collega aan en zei ‘We hebben eigenlijk helemaal niks nu, we doen net alsof onze neus bloedt’. Zij reageerde met ‘Oh, wij zijn jong’. Je stond er nog helemaal niet bij stil.”

De dagen voor zijn voelde Ron zich steeds slechter. Wat begon als een hoestje en lichte verhoging werd met het uur erger. De chronische bronchitis waar hij al jaren zonder problemen mee leefde, zorgde ervoor dat hij nog sneller achteruit ging. Hij kreeg steeds minder lucht, zijn temperatuur steeg tot boven de 39 graden en eten smaakte hem niet meer. Toen hij op een avond besloot vroeg naar bed te gaan viel hij op weg naar de slaapkamer flauw. Een teken dat het echt serieus werd. De volgende dag werd hij opgehaald door de ambulance en meteen aan de zuurstof gelegd. Hij belandde op de eerste hulp en werd later verplaatst naar de afdeling, waar hij alleen op een kamer kwam te liggen.

“Toen de deur van mijn kamer voor de eerste keer dichtviel had ik niet kunnen denken dat die nog maar hoogstens drie keer per dag open zou gaan. De eenzaamheid die ik daar voelde zal ik nooit meer vergeten. Iedereen om mij heen met pakken aan, mondkapjes op en brillen voor. Ik was blij wanneer de wisseling van al die bescherming op de gang gebeurde, naast de deur. Dan kon ik er door het glas naar kijken en wist ik hoe degene die net bij mij binnen was geweest eruit zag. Ik liet het als patiënt maar allemaal over mee heen komen met het vertrouwen dat het goed ging. Maar je snapt niet wat er allemaal om je heen gebeurd. Dat maakte me erg bang. Wanneer ik videobelde met mijn gezin moest ik mij groot houden.”

Zorg met Aandacht

De eerste dagen van de opname waren moeilijk. Als bijwerking van zijn medicatie nam Ron’s angst toe. Nachtenlang kon hij niet slapen. Hij was moe, miste zijn gezin en wist niet wat hem te wachten stond.  Het enige persoonlijke contact was met de verpleging. Ik vroeg hem hoe hij de zorg ervaren heeft.

“Ik heb wel 10 of 15 verschillende verpleegkundigen aan mijn bed gehad. Allemaal geweldig. Het zat in de kleine dingen, kleine momenten waarop ze je lieten weten dat ze je begrepen. Ik ben een stevige kerel maar ik houd er niet van om geprikt te worden, ook omdat de naald niet altijd meteen raak is. Wanneer iemand dan net dat topje van zijn handschoen eraf haalt zodat hij beter kan voelen waar de juiste ader zit, voelt dat op dat moment ontzettend persoonlijk.  Iemand die rekening houdt met jouw situatie. Een verpleegster heeft vanaf moment één geprobeerd te vertellen wat er allemaal ging gebeuren en hoe alles in zijn werk ging. Ze was er vanaf het eerste moment, wist precies wat er bij mij speelde, en was er bij toen ik op mijn laatste dag werd opgehaald door mijn vrouw. Dat was heel erg fijn. Ik vind het jammer dat ik de gezichten van de mensen die mij verzorgd hebben niet meer kan herinneren want ik ben ze eeuwig dankbaar.”

Een positief beeld

Aangezien het corona virus voor velen nog nieuw was, kon niemand Ron echt geruststellen. Ook het nieuws, wat het enige was wat hij op de afdeling kon volgen, beloofde niet veel goeds.

“Ik ben een man van de cijfers en ik hield mijn zuurstofwaardes continu in de gaten. De hoeveelheid zuurstof die ik kreeg bleef omhoog gaan en ik dacht; dit gaat de verkeerde kant op. Ik kon alleen het nieuws volgen en daar was er de hele dag niks anders te zien dan nieuws over corona. Ik hoorde alleen maar hoe het aantal zieken en sterfgevallen bleven toenemen. Meer ziekenhuisopnames, meer IC opnames. Het staat me nog bij dat een verslaggeefster zei; Je begint ziek thuis, dan ga je naar het ziekenhuis en vervolgens beland je op de IC. Ik dacht; waag het je niet om te zeggen ‘en dan ga je dood’. Ik heb de eerste dagen alleen maar gedacht dat ik doodging.

Ik snap nog altijd niet waarom wij geen cijfers te zien krijgen van mensen die uiteindelijk ontslagen worden uit het ziekenhuis. Dat is toch raar? Je zou zeggen dat wanneer iemand het ziekenhuis verlaat dat geturfd wordt, zo van hoppa daar hebben we er weer eentje. Dat had ik willen weten toen ik in dat ziekenhuis bed lag. Ik wilde iets positiefs horen”

Ron frustreerde zich over het beeld wat op het nieuws geschetst werd. Hij tikte het van zich af en schreef een bericht op Facebook. L1 Limburg pikte het op, ze interviewde hem en hij maakte twee filmpjes. Eén in het midden van zijn opname en een toen hij weer thuis was.

“Het effect van het eerste filmpje en interview was angst. Mijn baas was erg blij dat ik het gedaan had, volgens haar leek het alsof er bij iedereen een knop omging. Veel collega’s begonnen zich aan de maatregelen te houden onder het motto ‘Als Ron het kan krijgen dan kunnen we het allemaal krijgen’. Het was opeens geen ver van je bed show meer. Het tweede interview heb ik gedaan toen ik net weer thuis was, gelukkig zonder in de tussentijd op de IC te belanden. Ik heb contact opgenomen met L1 en gezegd ‘Ik ben thuis, nu kunnen we laten zien dat iemand ook uit het ziekenhuis kan komen’. Het was fijn om te doen. Iedereen kent in zijn omgeving wel iemand die kanker heeft gehad of een andere ernstige ziekte. Het is dan ook, geluk bij een ongeluk, mogelijk een beeld te vormen van wat het is en wat er met iemand en zijn of haar omgeving gebeurd. Bij corona was dat nog niet bekend. Als ik daar aan kan bijdragen komt er toch iets goeds uit al deze ellende.”

Herstel

“Terug uit het ziekenhuis ben ik een stuk relaxter geworden. Ik was best een workaholic maar besteed nu veel meer tijd aan mijn gezin en aan mijn gezondheid. Toen ik werd ontslagen uit het ziekenhuis zei de specialist; reken maar op een jaar herstel. Daar schrok ik van. Ze voegde eraan toe; hoelang je herstel duurt is afhankelijk van hoe snel je weer gaat bewegen. Dat heb ik me in de oren geknoopt. Eigenlijk zit ik het liefst lekker op de bank maar ik neem nu, tegen mijn natuur in, meer tijd om te bewegen. Stapje voor stapje gaat het beter. De eerste paar dagen na mijn ontslag liep ik voetje voor voetje. Het was een prestatie als ik een rondje door de tuin kon lopen. Bewegen was heel vermoeiend en pijnlijk maar ik ben blij dat ik doorgezet heb. Afgelopen week heb ik alweer 25 kilometer gefietst.

Ik moet nog zien wat de angstige dagen in het ziekenhuis voor een effect gaan hebben. De eerste weken na mijn ontslag gingen er allerlei gedachten door mijn hoofd en piekerde ik veel. Vragen als; waarom heb ik dit overleefd en zoveel anderen niet? Dat is nu een stuk minder. Wel ben ik bang om het opnieuw te krijgen, ik wil dit niet nog een keer meemaken. Maar, ik heb het vertrouwen in mijn lichaam niet verloren. Ik heb dat virus toch maar mooi, met wat hulp van zuurstof en pillen, weten te verslaan.”

Een ander perspectief

Bij Envida werk ik als ondersteuner van de zorg. Het beeld dat ik had is onveranderd: de wereld is nergens zo hard als in de verpleging en verzorging; niemand wil toch hulpbehoevend zijn? Maar ik heb het nu ook van een hele andere kant kunnen zien. Door deze ervaring heb ik een beter beeld gekregen over de belangrijke rol die zorgverleners spelen in het leven van mensen. Het is terecht hoeveel lof het zorgpersoneel nu krijgt. Op het werk zijn we regelmatig bezig geweest met zorg continuïteit, ervoor zorgen dat je zo min mogelijk verschillende gezichten ziet gedurende een bepaalde periode. Niet alleen omdat je dan “niet voor heel Maastricht in je blote kont hoeft te staan”, maar ook vanuit kwaliteitsperspectief. Zorgverandering kan beter gemonitord worden wanneer je er als vaste medewerker vaak komt. Ik weet nu hoe belangrijk dat is, hoe erg ik er naar uit zag om bekende ogen te zien. Die kennis hoop ik nooit meer kwijt te raken.”

vorige

volgende